Waak en bid

Mattheüs 26:41

„Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.”

Vraag om elkaars hulp tegen die zonden, waarmee u zelf niet veel raad weet. Hier heeft u bijstand nodig. De satan werkt niet alleen als hij u tot een terugval in zonden probeert te brengen, hij heeft de wereld, uw vlees en vele andere dingen tot zijn dienst. Wat is er dan billijker dan dat u elkaar de hand biedt? Vaak beloert ons deze of gene zonde, dat wij het zelf niet zo bemerken, als wel anderen. Die dan het eerst ziet, behoort ook de eerste te zijn om de anderen te waarschuwen, te bestraffen en te onderrichten. Dat behoort niet kwalijk genomen, maar veeleer van anderen begeerd en verzocht te worden. In het bijzonder indien wij krachtig ervaren dat we onstandvastig zijn als deze of gene verdorvenheid ons verleidt. Gave God dat het daar eens toe komen mocht, dat de man met de vrouw, de vrouw met de man, en andere gemeenzame en trouwe hartsvrienden met elkaar zo begonnen te handelen. Er is niet aan te twijfelen dat zo veel terugval in zonde gelukkig verhoed en voorkomen zou kunnen worden.

Tenslotte: Houd nauwe wacht over uw hart en al uw handelingen. Waak en bid, zegt Christus, opdat gij in geen verzoeking valt (Mattheüs 26:41). David gaat hierin voor (Psalm 39:1). Het spreekwoord leert: „Waar zich het paard eens aan stoot, daar wacht het zich de tweede keer voor.”

Wilhelmus Saldenus, predikant te Enkhuizen (”Een christen vallende en opstaande”, 1662)