Vijanden vanbinnen

Psalm 4:9

„Ik zal in vrede tezamen nederliggen en slapen; want Gij, o Heere, alleen zult mij doen zeker wonen.”

Het ene is een externe oorlog en het andere is innerlijke strijd. Dat de gedachten die in ons binnenste geboren worden gevaarlijker zijn dan de zaken die ons van buitenaf aanvallen, en dat ze gewoonlijk meer verwoestend van aard zijn, kan men bij alles en iedereen waarnemen.

Immers, ook de binnen het hout geboren larve van de boktor brengt nog de meeste schade toe aan de natuur van het hout. En de ziekten die in het lichaam ontstaan, tasten de kracht en gezondheid van het lichaam meer aan dan de ziekten, die van buiten komen. Niet zozeer de vijanden van buiten als wel de vijanden die tot de eigen natie behoren maken steden kapot.

Zo verderven ook niet zozeer aanvallen die listig verzonnen zijn maar van buitenaf komen de ziel, maar wel de verziekende gedachten die vanuit het innerlijk naar boven zijn gekomen. Maar als iemand die Godvrezend is welbewust een punt zet achter de strijd, en zijn hartstochten zal hebben doen bedaren, en die bonte menigte beesten van de ongepaste gedachten de keel zal hebben dichtgeknepen, en ervoor zorgt dat die zich niet gaan innestelen, die zal van een zeer zuivere en diepe vrede genieten.

Deze vrede heeft Christus op aarde geschonken, toen Hij op aarde kwam. Deze heeft Paulus toegewenst aan iedere gelovige als hij zei: „Genade zij u en vrede van God, onze Vader.”

Johannes Chrysostomus, priester in Antiochië (”Homiliën”, ca. 390)