Verzadiging

Rom. 8:38,39

„Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.”

De Schaapherder leidt Zijn schapen in de aangename weiden van verzadiging. Zij kennen Zijn stem zo goed dat ze niet naar vreemden zullen luisteren. Maar zij worden gelokt met alle schijnbare genoegens van vreemden, met ogenschijnlijk rijke beloningen, met beloften van vooruitgang, met alles wat bekoren kan. Toch zullen al deze dingen hen niet wegvoeren van deze grazige welden. Niets kan hen weglokken van deze weide van verzadiging, waar hun dierbare Schaapherder tegenwoordig is, Die hen te Zijner tijd eten geeft. Daarom zijn de gestolen wateren hun niet zoet, noch het brood dat in het verborgen gegeten wordt (Spreuken 9:17). Zij weten dat degenen die zich met zulke dingen ophouden en daarover spreken, hun deel zullen hebben met de ongelovigen. Dat zal veel minder kostelijk zijn dan hun rust en verzadiging. Want zij hebben een vermaak in de wet van de Heere, hun God (Psalm 1:2). Ze willen getuigen van Zijn Lof en heerlijkheid die openbaar komen in Zijn wondere werken onder de mensenkinderen. Zij willen anderen vertellen wat God gedaan heeft voor hen. „Gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en de smaad van uw weduwschap zult gij niet meer gedenken. Want uw Maker is uw Man, Heere der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God van de ganse aardbodem genaamd worden” (Jesaja 54:4,5).

Thomas Watson, predikant te Londen

(”Uitleg van Psalm 137:3-6”, 1661)