Vermenging

Prediker 7:16

„Wees niet al te rechtvaardig, en houd uzelven niet al te wijs; waarom zoudt gij verwoesting over u brengen?”

Sommigen doen alsof het goddelijke verstand niet in het merg, maar aan de buitenkant zou zitten. Zo deden eertijds de schriftgeleerden en farizeeën, die door Christus bestraft worden. Zo heeft Origenes, die terecht het verwijt draagt van zoveel allegorieën, de besnijdenis, die ten enenmale allegorisch is, al te gemakkelijk naar de letter uitgelegd en zichzelf geweld aangedaan. Hij, die zo de Schrift geweld aangedaan had, hield niet op een kwaad uitlegger te zijn. Zo verkocht ook die monnik eertijds het Evangelie, dat hem gebood alles te verkopen. En zouden de pauselijke doctoren vrij geweest zijn van deze zonde? Bij hen is het al te gebruikelijk hemel en aarde te vermengen, de mensheid van Christus tot een monster, ja liever tot niets te maken, dan in de sacramentele manier van spreken met ons een beeld toe te laten, terwijl zijzelf daarin vele beelden genoodzaakt worden toe te staan. Het is niet een van de geringste Spreuken van de wijze Koning, door de pauselijke vertaling nochtans bespottelijk gemaakt: „Wanneer men melk stoot, maakt men daar boter uit, en wie de neus hard snuit, die perst er bloed uit.” (Spreuken 30:33)

Joseph Hall, deken van Worcester

(”Preek op de Synode van Dordrecht”, 1618)