Veelkleurige gaven

Johannes 16:7

„Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.”

Anderen hadden gaven van gezondmaking, of van wonderen, of van welsprekendheid, doch het is dezelfde Geest Die alles in allen werkt, maar Hij werkt de inwendige genade in de ziel van Zijn dienaars en kinderen. Dus was het nut dat de Zaligmaker wegging, nu Hij tot ons de Heilige Geest zendt, Die zulke genade in onze zielen werkt, die Hij wederbaart, anders konden wij het Koninkrijk Gods niet zien (Johannes 3:5). Zo iemand niet wedergeboren wordt uit water en Geest, hij kan Gods Koninkrijk niet ingaan. Hij werkt het geloof in onze zielen, verenigt ons daardoor meer en meer met onze Zaligmaker, en daarom wordt Hij genoemd de Geest van het geloof. Hij maakt ons ook vruchtbaar, want als God water giet op het dorstige, en stromen op het droge, en Zijn Geest op hun nakomelingen, dan zouden zij uitspruiten als wilgenbomen aan de waterbeken. Zo zouden zij, wanneer zij de Geest ontvangen hadden, vruchtbaar zijn.

Uit dit alles kunnen wij wel het heerlijk genot zien dat wij ontvangen door Christus’ heengaan, en dat de vrucht van Jezus’ hemelvaart zending van de Heilige Geest is. Toen de Zaligmaker naar Zijn menselijke natuur van de aarde scheidde, gebruikte Hij goede redenen om het gemoed van Zijn discipelen gerust te stellen, en hun droefheid te matigen, en de vreugde van de Geest in hun harten te ontsteken.

Jodocus van Lodenstein, predikant te Utrecht

(”De heerlijkheid van een waar christelijk leven uitblinkende in een godzalige wandel”, 1767)