Vast gebouw

Efeze 2:20

„Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”

Dat gebouw is alleen gegrondvest op vrije genade, niet uit de werken, opdat niemand roeme. Dit nieuwe gebouw is een gebouw van genade, waarvan iedere steen, van de fundamentsteen tot de sluitsteen toe –ja zelfs het cement waarmee de stenen aan elkaar worden gevoegd–, rijke, vrije, ongehouden en loutere genade is.

In die stille eeuwigheid waren de drie Personen in het goddelijke Wezen vergaderd. En het oor des geloofs luistert aan de deur van de raadzaal en verneemt wat in de tijd door Gods Woord is bekendgemaakt en door het geloof omhelsd en aangenomen als waarachtig.

Wel fluisteren stemmen van het verduisterd verstand, klanken, schril en akelig uit de verblijven der eeuwige duisternis. Wel twist de natuurlijke mens tegen het leerstuk der eeuwige verkiezing, omdat het zijn begrip te boven gaat.

Het nederig, kinderlijk, ootmoedig geloof luistert naar Gods stem en zegt „amen” op wat God spreekt. Hoewel het hem te hoog is, zodat hij er niet bij kan. Hij verzinkt in het onbegrijpelijke wonder van vrije genade en begint hier reeds een verheerlijker van God Drie-enig te worden.

Ds. Pieter Los, predikant te Leiden

(”Een oude Pelgrim”, 1910)