Vals

Efeze 4:8

„Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangengenomen en heeft de mensen gaven gegeven.”

De wereld ziet en kent de gaven van de Heilige Geest niet, maar minacht ze en lastert ze als duivelskunstenarij. Eigenlijk is alles wat de Heere onze God spreekt en doet de wereld niet naar de zin. Ja, zij houdt Zijn Woord voor ketterij en duivelse leer. Daartegenover neemt zij de leer van de duivel als het Woord van God aan. Gods werk dunkt haar van nul en generlei waarde, ja zij acht het van de duivel. En het werk van de duivel acht zij hoog en roemt het als een werk van God.

Maar de gelovigen erkennen en houden het Woord van God voor hun grootste schat op aarde, en zij erkennen de waarde en de kracht van Zijn grote, goddelijke werken. Evenwel kunnen ook zelfs zij zich er niet genoeg over verwonderen, ze zó hoogschatten en verheerlijken als het eigenlijk zijn moest.

Zoals het de apostel gegaan is, zo gaat het ons tegenwoordig ook. De bisschoppen, vorsten en heren houden ons voor ketters, verleiders, voor oproerige en duivelse mensen. Zo eren zij onze gaven, welke onze Heere Christus onder ons heeft uitgedeeld. En de geestdrijvers doen niet veel beters; zij zien ook geen gaven van de Geest aan ons. Wat zij spreken en doen, achten zij geestelijk, ja, dát is de Geest Zelf. Wat wij, arme zondaren, echter leren en doen, vinden zij duivels.

Maarten Luther, hoogleraar in Wittenberg (”Kerkpostillen III”, 1974)