Troetelzonden

Handelingen 2:36

„Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus Die gij gekruisigd hebt.”

Naar de verscheidenheid van de mensen, is er veel verscheidenheid van bijzondere zonden: zoals van karakter, aanleg en verzoekingen. De Heere overtuigt de ene mens evenwel niet altijd van dezelfde zonden, waarvan Hij een ander overtuigt. Dit echter mogen wij veilig zeggen, dat de Heere gewoonlijk, maar niet altijd, een begin maakt met het doen bedenken en te binnen brengen van deze of die grote zonde. En wel iemands bijzondere of troetelzonde, waardoor de Geest bij trappen al het overige ontdekt.

Die pijl, die het hart van Christus het meest trof, doet de Heere vallen op het hoofd van de zondaar, die hem tegen de hemel afschoot, en overtuigt en treft hem als het ware daarmee. Hoe overtuigde de Geest die drieduizend, die voorbeelden van Gods bekerende genade in Handelingen 2? Begon de Heere niet met één hoofdzonde, namelijk van Messiasmoord en verachting van Christus, in Wiens bloed zij hun handen geverfd hadden? Ongetwijfeld dachten zij dan ook aan andere zondige handelingen. Maar dit ging voorop; wat altijd vergezeld gaat met veel andere herinneringen van zonden, die dan te lezen zijn in Gods rekeningen, nadat het eerste voor ogen gesteld is. Israël wilde destijds een koning hebben (1 Sam. 18). Samuël kon hen voor een tijd niet overtuigen van hun zonde. Wat deed de Heere nu? Gewis, Hij wilde hen eerst overtuigen van hun zonde, eer Hij hen verliet!

Thomas Shepard, predikant te Cambridge (Amerika) (”De gezonde gelovige”, 1685)