Tot voordeel

Johannes 16:7

„Doch Ik zeg u de waarheid: het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.”

„Ofschoon u denkt dat Ik moet blijven, Ik –Die het beter weet– zeg u dat het voor u van meer nut is dat Ik heenga.” Daarbij doet de Zaligmaker nog een bevestigend woord: „Ik zeg u de waarheid.” Niet dat Jezus ooit onwaarheid sprak, want Hij was de Waarheid Zelf, en er is nooit bedrog in Zijn mond gevonden. Maar dat doet Hij om hun zwakheid. Evenals God zo vaak de zwakke mens te hulp komt om de zaak die Hij spreekt temeer aan hen te verzekeren. Zoals Paulus zegt: dat God met een eed daartussen gekomen is, omdat door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God liegen kon, wij een sterke vertroosting zouden verkrijgen.

Dit zegt de Zaligmaker tot hun verzekering, opdat zij des te beter zouden geloven hetgeen Hij tot hen zei: „Zie, Ik zeg u dat Ik, uw Meester, waarlijk zal weggaan, tot uw nut.” Hij zegt: „Het is u nut dat Ik heenga.” Dit geeft te kennen dat de zaken niet alleen geoorloofd waren, maar ook tot voordeel; alsof de Zaligmaker wilde zeggen: „Mijn discipelen, het is een zaak die niet alleen Mij, maar ook u tot voordeel is. Het behoorde u genoeg te zijn, als Ik daardoor maar verheerlijkt werd, maar nu zult u daardoor groot voordeel verkrijgen. Daarom: neem aan en geloof dat het u nut is.”

Jodocus van Lodenstein, predikant te Utrecht (”De heerlijkheid van een waar christelijk leven uitblinkende in een godzalige wandel”, 1767)