Toetssteen

Jesaja 28:16

„Daarom, alzo zegt de Heere Heere: Zie, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.”

Christus is de toetssteen waaraan het oprecht geloof van geveinsdheid, een oprecht hart van een bedrieglijk hart, het zuiver geloof en het onzuiver geloof, een gegronde hoop van een ongegronde hoop aangaande de zaligheid der zielen, door toetsing en beproeving van elkaar onderscheiden kunnen worden.

Hij wordt ook Hoeksteen genoemd. Een hoeksteen is niet alleen om het gebouw te ondersteunen, maar ook om hecht samen te voegen, en daartoe werden grote, vierkante, vaste stenen verkozen. Tevens is het een eigenschap van de hoekstenen om vooruitstekende scherpe hoeken te hebben.

Wordt dan Jezus Christus niet terecht Hoeksteen genoemd, door God uitverkoren? Een hoeksteen waarop het gehele gebouw rust. Dat gebouw zijn de uitverkoren Joden en heidenen. Maar ook is die hoeksteen, gelegd in Sion, een steen des aanstoots en een rots der struikeling voor zoveel anderen.

Het is een kostelijke steen. Ja, meer dan Jonas, meer dan Salomo is hier. Het is Jezus Christus, de eigen Zoon van God, het afschijnsel van Zijn heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid (Hebreeën 1:3). Het is een Held, Die de banier draagt boven tienduizenden (Hooglied 5:10), veel schoner dan de mensenkinderen (Psalm 45:3), een kostelijke, vast gegrondveste steen; het éne fundament, de enige oorzaak van de gerechtigheid der kerk, zo vast dat niemand een ander fundament leggen kan, dan hetgeen gelegd is, namelijk Jezus Christus.

Ds. G. F. Gezelle Meerburg, predikant te Almkerk (”Levenslessen, preek over Jesaja 28:15-18”, 1848)