Toekomst

Jeremia 31:10

„Hoort des Heeren woord, gij heidenen, en verkondigt in de eilanden die verre zijn, en zegt: Hij Die Israël verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen en hem bewaren als een herder zijn kudde.”

Hoe zien we de toekomstverwachting van de Joden? De tekst zegt: „Hij Die Israël verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen.” Dat vergaderen is een gebeurtenis die duidelijk nog moet plaatsvinden.

Het zou op geen enkele wijze toepasbaar zijn geweest op de tien stammen van Israël. Zij zijn op geen enkele wijze ooit vergaderd geworden. Hun verstrooiing is nooit tot een einde gekomen.

Het kan niet toegepast worden op de terugkeer van het overblijfsel van de stammen van Juda en Benjamin uit de Babylonische ballingschap. De tekst maakt zo’n toepassing onmogelijk. De tekst is van toepassing op de heidenen, ”de naties”.

In de dagen van de Babylonische ballingschap wisten de naties van de wereld niets van het Woord van God. Ze waren in duisternis verzonken en hadden zelfs van de Naam des Heeren niet gehoord. Als Jeremia hun had opgedragen om de terugkeer van de Joden uit Babylon uit te roepen, zou dat onder die omstandigheden nutteloos en dwaas geweest zijn. Er is maar één eerlijke uitleg van deze tekst. De gebeurtenis waarover deze spreekt, is nog toekomst. De vergadering waarover gesproken wordt, moet nog plaats gaan vinden. Van de zestien profeten uit het Oude Testament zijn er ten minste tien bij wie de wedervergadering van de Joden in de laatste dagen genoemd wordt.

J. C. Ryle, predikant te Stradbroke (”Profetie en gebed voor de bekering van Israël”, 1879)