Tekenen en zegels

Romeinen 6:3

„Of weet gij niet dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?”

Zou God dit alles gedaan hebben als er geen geweldige geneeskracht in dit bloed geweest was? Waarom zouden zij met zo’n inspanning daarin onderwezen worden, als er niet zo’n heerlijke kracht in is? Ik mag hier andere typen ter overweging aan toevoegen: het Pascha was een type van Christus (1 Korinthe 5:7), evenals de koperen slang (Johannes 3:14-15) en de reinigingen volgens de wet. God gaf voldoende middelen om hen te onderwijzen in de waarde van Christus’ bloed. De sacramenten van het Nieuwe Testament tonen de kracht van het bloed van Christus. De doop toont de doeltreffendheid van de dood van Christus tot zaligheid. Daardoor wordt onze gemeenschap met Christus in Zijn lijden gegeven: „Weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?” (Romeinen 6:3). De doop is een bezegeling van de leer van het geloof in de rechtvaardigheid van Christus. Volwassen mensen beleden hun geloof in Christus, voordat zij werden gedoopt (Handelingen 8:36-37). De doop is een teken van de afwassing van de schuld van de zonde, door het bloed van Christus. Hetzelfde wordt geleerd bij het heilig avondmaal. „Dit is Mijn bloed, het bloed van het Nieuwe Testament, dat voor velen vergoten wordt, tot vergeving van zonden” (Mattheüs 26:28. „Dit is Mijn lichaam, dat voor u verbroken wordt” (1 Korinthe 11:24).

Salomon Stoddard, predikant te Boston

(”Showing the Virtue of Christ’s blood”, 1717)