Pinkstergaven

Efeze 4:8

„Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangengenomen en heeft de mensen gaven gegeven.”

„Gij hebt de mensen gaven gegeven.” Christus, heb ik gezegd, heeft tweeërlei ambt, dat Hij voortdurend waarneemt en vervult. Het eerste is, dat Hij al onze vijanden en alle jammer, die ons mensen aanvechten, beangst en bevreesd maken, heeft gevangengenomen. Zodat zij ons, al vechten zij ons aan zolang wij leven, toch geen kwaad kunnen doen. Het tweede is, dat Hij de mensen rijkelijk gaven uitdeelt. Hij zendt hun de Heilige Geest en versiert hen met menigerlei gaven, zoals Paulus dit aanwijst in Efeze 4:11-12: Christus heeft sommigen gesteld tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot evangelisten, sommigen tot herders en leraars, opdat de heiligen zouden toebereid worden tot het werk van het ambt, waardoor Christus’ lichaam opgebouwd wordt.

Hij deelt daarom zo menigerlei gaven onder Zijn gelovigen uit, opdat het Evangelie in vele talen door de gehele wereld gepredikt wordt. Opdat de ongelovigen bekeerd en vele mensen tot het geloof gebracht mogen worden en zo in de genade en in de kennis opwassen en zalig worden. Daartoe moet dienen, dat de één de Schrift uitleggen en de ander de geesten beproeven kan. Dat een derde velerlei talen kent en deze kan uitleggen en zo verder. Christus heeft eenmaal, op de Pinksterdag, de Heilige Geest zichtbaar aan de apostelen gegeven, zodat men aan hen zag gedeelde tongen als van vuur.

Maarten Luther, hoogleraar in Wittenberg

(”Kerkpostillen III”, 1974)