Pastorale vragen

Jesaja 55:7a

De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de Heere, zo zal Hij Zich zijner ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.

Men vindt algemene natuurlijke dode woelingen en echte levendige werkzaamheden van de bekering. Dit is nu de grote vraag, welke de uwe zijn. Als ze dode woelingen waren, dan zouden we zeer ongelukkig handelen, wanneer wij die voor een waarachtige bekering hielden. Maar de eenvoudigste zielen kunnen aangaande dat voldoende helderheid, zekerheid en veiligheid ontvangen, hoe hun werkzaamheden zijn. Onderzoek eens het beginsel, waaruit u werkzaam geworden bent. Als u het beginsel van het geestelijk leven, de geestelijke armoede, het geloof en de liefde nog geheel mist, dan zouden uw werkzaamheden niets anders dan een natuurlijke dode beroering zijn. Maar wat zegt nu uw geweten? Heeft God u niet bij uw weg en gedachten bepaald? Heeft Hij u niet in uw weg en het binnenste van uw gedachten ingeleid? Heeft Hij u niet bevindelijk, onderscheiden en levendig overreed, dat alles geheel verdorven, walgelijk, schuldig en verdoemelijk was? Heeft Hij u niet doen zien dat u en het gehele schepsel onmachtig waren om u van de walgelijkheid, schuld en kracht van de zonde te verlossen, en u van uw weg en gedachten af te brengen? Bent u niet geheel arm geworden? Kunt u wel iets goeds, dat u uit zichzelf hebt, in u vinden? Hebt u het niet met bekommering bij zichzelf en het schepsel moeten opgeven, en uw heil in verlegenheid buiten u moeten zoeken?

J. C. Appelius, predikant te Zuidbroek en Muntendam

(”Aanmerkingen over het recht gebruik van het Evangelie”, 1762)