Onze vloek gedragen

Galaten 3:13a

„Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons.”

Waarom is er zo’n kracht in het bloed van Christus? Die vraag zal ik nu beantwoorden: Christus onderging de vloek van de wet, dat is: het kwaad waarmee de wet dreigde. God was verplicht de vloek over de zonde te voltrekken. „Er zal niet één jota noch één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied” (Mattheüs 5:18). Dienovereenkomstig kwam de wraak van God op Christus. De zonden werden in Hem gestraft. Hij droeg niet een deel van de vervloeking, maar de gehele vloek. „Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek gemaakt zijnde voor ons” (Galaten 3:13). Hij onderging de vloek van de wet in Zijn lichaam. Zij die voor zichzelf boeten, moeten lijden in hun lichaam; behalve dat hun lichamen hier moeten lijden, moeten hun lichamen ook lijden in de hel. „En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel” (Mattheüs 10:28). Het lichaam neemt deel aan het zondigen, daarom moet het ook deelnemen aan het lijden. Jezus Christus stiérf niet alleen voor ons. Dat zou van weinig nut zijn geweest. Maar Hij stierf een vervlóékte dood. Dat werd te kennen gegeven door de wet: „Een opgehangene is voor God een vloek” (Deut. 21:23).

Salomon Stoddard, predikant te Boston

(”Showing the Virtue of Christ’s blood”, 1717)