Onderscheiden kennis

2 Korinthe 5:17

„Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.”

Het verstand van de christen wordt vernieuwd, zodat hij oordeelt dat Christus, Die in het Evangelie gepredikt wordt, de wijsheid en de kracht Gods is (1 Korinthe 1:23, 24). Hij oordeelt die voorgestelde weg ter zaligheid wijs en krachtig en voor God betamelijk. Hij kent de dingen van God in hun werkelijkheid en vastheid, zodat ze niet zijn ja en neen en onzekere droombeelden, maar dat ze alle zijn ja en amen, vaste, wezenlijke, zekere dingen, die een gewenste vervulling hebben in Christus en in Hem eindigen (1 Korinthe 2:15; 2 Korinthe 1:18,20). Natuurlijke mensen die opgevoed zijn onder de evangelische instellingen, al hebben zij enige verstandelijke kennis van God, Christus en de beloften en de bewegingen van de Heilige Geest, zodat ze daarover kunnen spreken en preken, zien die maar aan als algemeen aangenomen waarheden van het christendom. Dat loslaten zou slechts eigenzinnige koppigheid en schande zijn. Maar zij beschouwen die niet als werkelijke en vaste waarheden, zodat zij hun zielen en eeuwig bestaan eraan zouden toevertrouwen. Ook wordt het verstand vernieuwd om iets van God te zien en Zijn schepselen, die enige spranken van Zijn heerlijke eigenschappen in zich dragen (Psalm 19:2). Zij zien dat de hemelen Gods eer en macht vertellen en dat er iets goddelijks in de voorzienigheid in de wereld is en dat Gods wonderwerken vertellen dat Zijn Naam nabij is (Psalm 75:2).

William Guthrie, predikant te Fenwick

(”Des christens grote interest”, 1668)