Ondankbaar

Lukas 17:18

„Zijn er geen gevonden die wederkeren om God eer te geven, dan deze vreemdeling?”

Allen zijn wij ondankbaar jegens God, en hoe rustiger de dingen voortgaan, des te achtelozer denken wij over God. Ja, velen vergeten God geheel in voorspoed en geven de vrije teugel aan hun begeerten, zoals de voorbeelden van de voornaamste mannen aantonen. De ondervinding heeft deze uitspraken doen ontstaan: meestal worden de harten weelderig in voorspoed, en is het niet gemakkelijk gunstige tijden met een kalm gemoed te verdragen. Toen Sodom met een klaarblijkelijke weldaad van God door Abraham beschermd was, na de vernietiging van het leger van de Chaldeeën, zoals in Genesis verhaald wordt, hebben na deze uitnemende bevrijding de zorgeloze steden zich zó aan de weelde overgegeven na weinige jaren, dat zij wegens de schandelijkheid van de misdrijven met een bijzonder voorbeeld door God te gronde zijn gericht.

Groot en schandelijk is de ondankbaarheid van alle mensen. Wij ontvangen van God het leven, de natuurlijke aanleg, de opvoeding, levensonderhoud, de letteren, het Evangelie, de kerk, regeringen; wij worden dikwijls beschermd en geholpen, wanneer wij zelfs geen hulp vragen. Intussen spelen wij zorgeloos of zoeken wellusten, en wij beweren dat de goede dingen ons bij toeval aangeboden worden. Wij erkennen niet dat God de Bewerker is, wij beijveren ons niet om Zijn goedgunstigheid te behouden, maar wekken de toorn op door onze lichtvaardigheid. Laten wij deze kwade dingen betreuren en ons verbeteren.

Philippus Melanchthon, theoloog te Wittenberg

(”Loci communes”, 1551)