Nieuwe mens

2 Korinthe 5:17a

„Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.”

De nieuwe schepping is een zeer gevoelige verandering; ofschoon niet in hen die krachtig geroepen zijn van de moederschoot of van hun jeugd af, daar zij dat nieuwe schepsel van die tijd af in zich omgedragen hebben. De verandering is na dat tijdsverloop niet zo duidelijk meer te onderscheiden. Maar in hen die wedergeboren en tot Christus gebracht zijn op rijpere leeftijd en zo gevoeliger onder de macht der duisternis geweest zijn, eer zij zijn overgebracht in het Koninkrijk van Christus (Kolossenzen 1:12), in hen is die verandering gevoelig.

Echter, in allen die met recht deel aan Christus menen te hebben, moet dat nieuwe schepsel zijn. Hoewel sommigen niet bij ervaring het tegendeel kennen van ieder deel van dat nieuwe schepsel, zoals dat met anderen het geval is, omdat ze niet evenveel in de werkelijkheid onder de macht der duisternis geweest zijn. Dit nieuwe schepsel wordt genoemd de nieuwe mens (Kolossenzen 3:10), wat de uitbreiding van dit nieuwe schepsel te kennen geeft. Want het is niet slechts een nieuwe tong of nieuwe hand, maar een nieuwe mens. Daar is in de mens een beginsel gesteld van nieuw leven en beweging, wat het nieuwe hart is. Dit nieuwe levensbeginsel brengt daden des levens voort of de gelijkvormigheid met het beeld van Degene, Die hem geschapen heeft. Zo is de gelovige enigermate overal vernieuwd.

William Guthrie, predikant te Fenwick (”Des christens grote interest”, 1668)

De Schotse puritein William Guthrie (1620-1665) is van 1644 tot 1664 predikant in Fenwick in Schotland. In 1659 verschijnt zijn boek ”The Christian’s Great Interest”, dat over de toe-eigening van het heil en geloofszekerheid gaat. Jacobus Koelman vertaalt het in 1668 in het Nederlands.