Negatief praten

Psalm 4:7

„Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o Heere!”

„Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Het licht van Uw aangezicht werd als een teken op ons geschreven, o Heere.” Nadat David zijn aansporing over hoe in het leven te staan heeft afgesloten en ons tot nadere kennis van God heeft gebracht, nadat hij op alle mogelijke manieren de geest van de dwalenden weet wakker te schudden en wel het meest die bij Hem aanliggen, Gods trouwe zorg heeft laten zien, komt hij daarna met een tegenstelling die door de zwakkeren en sterkeren vaak gecreëerd wordt en zegt: „Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?” Niet die weinigen die waarachtig en beproefd zijn en die wijsheid weten te beminnen zeggen dat, maar de grote massa zegt het, die geen onderscheid weet te maken en door dwaasheid om de tuin geleid wordt.

Maar wat betekent dat eigenlijk: „Wie zal ons het goede doen zien?” Allerlei mensen zeggen dit. Sommigen van degenen die dit zeggen, zijn negatief over de voorzienigheid van God, anderen daarentegen minnaars van het genot, ik bedoel mensen die houden van ontspanning, rijkdom, roem en macht. Ook zijn erbij die er zo ongeveer over praten: „Waar is het goede van God? Ik moet bedelen, ben ziek en ik moet me afbeulen. Ik verkeer in extreme ellende, onderworpen aan de grillen en chantage van anderen. Andere mensen hebben voorspoed, luxe, macht, roem en rijkdom.”

Johannes Chrysostomus, priester in Antiochië (”Homiliën”, ca. 390)