Middelmatig?

Judas:23

„Maar behoudt anderen door vreze, en grijpt hen uit het vuur; en haat ook de rok die van het vlees bevlekt is.”

De gelegenheid maakt menigmaal een dief, en een sterk man zou soms niet gevallen zijn als hij alle struikelblokken maar uit de weg geruimd had. Of uw vlees dan weleens zegt: Het is geen kwaad wat u doet, het is middelmatig, het is geen zonde, nochtans moet u het van de hand wijzen. Niet omdat het in zichzelf kwaad is, maar omdat het voor u kwaad is. Die van een galachtige gesteldheid zijn, moeten zich voor hete kruiden wachten, niet omdat die in zichzelf kwaad zijn, maar omdat ze dat bijzondere gestel te zeer ontsteken en gaande maken. Het is zonde of geen zonde: alles wat voor u maar een steen des aanstoots is, waardoor u gewoon bent in de zonde te geraken. Nu, dat moet bij u vermeden en nagelaten worden. Hij zondigt die door iets middelmatigs, wat niet nodig is, zijn zwakke broeder doet struikelen, veel meer dan diegene die zichzelf daardoor verleidt.

U moet ook zorgvuldig acht geven op al die dingen die gewone en gewoonlijke voorboden zijn van terugval in zonden. Die op sneeuw, hagel, enzovoort, die voorboden van de wintertijd zijn, aandachtig let, sterkt zich te meer tegen de koude en behoeft er daarna zo’n hinder niet van te hebben. Wij kunnen die voorboden thans niet alle verhandelen; iedereen moet zijn eigen voortekenen hier leren vinden.

Wilhelmus Saldenus, predikant te Enkhuizen (”Een christen vallende en opstaande”, 1662)