Met vreugde

2 Korinthe 5:14,15a

„Want de liefde van Christus dringt ons, als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.”

Is er niemand onder u wiens hart begerig is om zo’n uitmuntend beginsel te bezitten? Is daar niemand onder u, mijn broeders, die tot de belangrijkste van alle trappen van bekering genaderd is, waarop u hijgt naar een goddelijke kracht die u tot een nieuw schepsel maakt?

U bent de rechte poort des geloofs binnengekomen. U hebt gezien dat er geen vrede is voor de onrechtvaardigen en daarom hebt u tot Christus, als uw Gerechtigheid, de toevlucht genomen. Reeds voelt u iets van de vreugde en de vrede des geloofs. U kunt terugzien op het leven achter u, dat u doorgebracht hebt zonder God in de wereld en zonder Christus in de wereld en zonder de Heilige Geest in de wereld. U kunt uzelf aanzien als een veroordeeld verworpene en zeggen: „Indien ik mij zou wassen met sneeuwwater, nochtans zouden mijn klederen van mij gruwen” (Job 9:30,31).

Weliswaar kunt u dit alles doen met schaamte en zelfverwijt, maar evenwel zonder mismoedigheid en wanhoop, want u hebt uw oog gelovig geslagen op Hem Die zonde gemaakt werd voor ons. En u bent ervan overtuigd dat, gelijk het God behaagde al uw ongerechtigheden Hem toe te rekenen, Hij ook gewillig is, en altijd gewillig geweest is, om u al de volle gerechtigheid van de Zaligmaker toe te rekenen. Zonder wanhoop, zei ik? Nee, met vreugde en een lied op de lippen!

Robert Murray M’Cheyne, predikant te Dundee (”Leerredenen”, 1862)