Liefdevolle tucht

Hebreeën 12:6

„Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.”

De tucht, de kastijding, begint bij onze bekering, op het moment dat we in het gezin worden opgenomen. „Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.” Deze tucht is niet altijd zichtbaar en we zijn ons ook niet altijd bewust van de werking ervan. Toch wordt de tucht gehandhaafd vanaf die dag waarop we worden „wedergeboren tot een levende hoop” (1 Petrus 1:3). Deze tucht eindigt pas als het leven eindigt, of als de laatste generatie van de kerk wordt „opgenomen in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht” (1 Thessalonicenzen 4:17). Het is een proces dat het hele leven duurt. Het is een tucht die elke dag en elk uur plaatsvindt en die geen onderbreking toelaat. De roede wordt dan wel niet altijd toegepast, maar de tucht gaat door. Het is liefdevolle tucht. Elke fase ervan is vriendelijk. Er is geen toorn of wraak in welk deel van het proces dan ook. De tucht op school mag dan wreed en streng zijn, maar de tucht in Gods gezin is liefde. Hiervan zijn we verzekerd; en de troost die het biedt is onuitsprekelijk. De liefde zal ons geen kwaad doen; we zullen niet onnodig lijden. Werd dit maar in gedachten gehouden. Dan zouden we minder negatieve gedachten over God hebben, zelfs wanneer Zijn slagen erg hevig zijn.

Horatius Bonar predikant in Edinburgh ”Vaderlijke kastijding” (1847)

Horatius Bonar werd geboren op 19 december 1808 in het Schotse Edinburgh. Hij werd in 1837 predikant in Kelso. Zes jaar later ging hij over naar de Free Church of Scotland. In 1866 verbond Bonar zich aan de Chalmers’ Memorial Church in Edinburgh. Bekendheid kreeg hij door zijn ”Kelso tracts” en zijn ”Hymns of faith and hope”. Bonar overleed op 31 juli 1889. Hij ligt begraven achter de Canongate Kirk te Edinburgh, in graf nr. 21.