Kananese vrouw

Mattheüs 15:22b

„Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!”

Wanneer God ziet dat zij spontaan naar Hem komen, dan willigt Hij nog het meest hun bede in. Zo deed Hij dat bij de Kananese vrouw. Toen zowel Petrus als Jakobus voor haar tot Christus ging, bewilligde Hij niet. Maar toen zij bleef wachten, gaf Hij snel dat waar ze om vroeg. Want ook al wekte Hij de indruk de verhoring van de bede wat uit te stellen, Hij deed dit niet om haar te passeren, maar om haar daarna meer te bekronen en Zich nog meer aan haar te kunnen verbinden in Zijn zorg voor haar.

Laten wij ons erop toeleggen God te ontmoeten. Laten we nu leren hoe we die ontmoeting moeten realiseren. We hoeven in ieder geval niet naar de tempel te gaan die aan de muzen is gewijd. We hoeven geen schatten te betalen, we hoeven geen leermeesters in te huren, of retoren of sofisten. Ook hoeven we geen tijd te investeren om die welsprekendheid te leren. Maar het is voldoende alleen de bereidheid tot bidden te hebben. Daarmee worden de vaardigheden van de welsprekendheid gecompenseerd. Voor die rechtbank van God kan ieder niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen spreken.

Wat is nu het uiteindelijke doel van dit pleidooi? Dat we het gebed op een juiste wijze aanwenden en gebruiken.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië (”Homiliën”, circa 390)