Inbeelding

Deuteronomium 32:29

„O, dat zij wijs waren! Zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.”

Wacht u om misleid te worden door algemene inbeeldingen. De meeste mensen hebben wel enige gedachten in het algemeen over hun staat en hoe het in de uitkomst zal zijn, maar zijn niet ijverig in het onderzoeken ervan, omdat een aantal algemene inbeeldingen ongemerkt indringen tot hun gemoed die hun gerust doen zijn. De kracht en uitwerking daarvan liggen hierin: dat zij van anderen verschillen en beter zijn, zoals: dat zij christenen zijn, dat zij de ware godsdienst hebben, dat zij deelgenoten zijn van de uitwendige voorrechten van het Evangelie, het Woord horen, gedoopt zijn en ten avondmaal gaan, dat zij licht en overtuigingen hebben zodat zij zich van zonden onthouden en plichten verrichten op een betere wijze dan anderen en meer dat. Al degenen bij wie dit niet zo is, die hen in deze zaken niet evenaren, oordelen zij in een slechte staat en toestand te zijn, waaruit zij voor zichzelf goede hoop halen. En dit is alles waarop de meeste mensen vertrouwen.

Het is mijn taak niet om de ijdelheid van inbeeldingen te verhandelen. Ik geef deze waarschuwing in het algemeen aan degenen die de minste gedachte of het geringste oogmerk hebben om tot Christus te komen en deelgenoten van Hem gemaakt te worden, dat zij daarin hun vertrouwen niet zetten, noch zich daarop verlaten, want op die manier zullen zij hun zielen voor eeuwig bedriegen.

John Owen, predikant te Fordham (”Gods gewone handelingen met zondige landen en kerken”, 1916)