In een wolk

Handelingen 1:9

„En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.”

Waarschijnlijk heeft deze wolk Jezus ontvangen, toen Hij ongeveer zo ver was gekomen van de aarde als waar de wolken gewoonlijk zijn. Het was toch niet zo’n zich uitbreidende wolk zoals wij gewoonlijk zien. De wolk was groot en ruim genoeg om Hem te omvatten. Nu heeft Hij van de wolken Zijn wagen gemaakt (Psalm 104:3). God is dikwijls neergekomen in een wolk, nu is Hij opgevaren.

Dr. Hammond is van mening dat de wolken die Hem hier wegnamen de engelen waren die Hem ontvingen, want het verschijnen van engelen wordt gewoonlijk omschreven met een wolk (Exodus 25:22, Leviticus 16). Door de wolken wordt een soort van gemeenschap onderhouden tussen de bovenwereld en de lagere wereld. Daarmee worden dampen opgezonden van de aarde, en wordt de dauw neergezonden van de hemel.

Zeer voegzaam stijgt Hij, Die de Middelaar is tussen God en de mens, op in een wolk. Hij, door Wie Gods zegeningen nederdalen op ons, en onze gebeden opgaan tot Hem. Dat was het laatste dat van Hem gezien werd. De ogen van zeer vele getuigen volgden Hem in de wolk. En zo wij willen weten wat er toen met Hem geschied is, dat zien we in Daniël 7:13: er kwam „Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot de Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelve naderen.”

Matthew Henry, predikant te Chester (”Schriftverklaringen”, 1714)