„Ik ben die man”

Romeinen 4:15

„Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.”

De Heere Jezus overtuigt de ziel door Zijn Geest. Niet alleen van het kwaad der zonden, maar ook van het kwaad ná de zonde. Dat betekent: de rechtvaardige straf die op de zonde volgt, namelijk: dat ze moet sterven, eeuwig sterven om de zonde, indien ze in die staat blijft waarin zij nu is (Romeinen 4:15). Zo ziet de ziel duidelijk dat God gezegd heeft: de ziel die zondigt, zal sterven.

„Ik heb gezondigd, en daarom, zo de Heere waarachtig is, zal ik sterven. Ik moet naar de hel als de Heere nu mijn adem wegneemt en mijn leven afsnijdt, wat Hij rechtvaardig doen mocht, en gemakkelijk kon doen. De dood is de bezoldiging der zonden, ja van een enige zonde, al is ze nog zo klein; wat zal dan van mij worden, die schuldig staat aan zo veel zonden als het getal van de haren van mijn hoofd en van de sterren aan de hemel? De hoereerders en overspelers zal God oordelen. De leraar heeft het gezegd, de Heere Zelf heeft zo tot mij gesproken. Ik ben die man! Mijn geweten klaagt mij aan en zegt mij wat er van mij zal worden. De Heere Jezus zal komen met vlammend vuur, wraak doende over degenen die God niet kennen, en het Evangelie niet gehoorzaam zijn; dit geloof ik, want God heeft het gezegd.”

Thomas Shepard, predikant te Cambridge (Amerika) (”De gezonde gelovige”, 1685)