Heerlijk zien

Jesaja 29:18b

„En de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.”

Velen van Gods kinderen hebben gevoeld en aanschouwd de zoetheid en gepastheid van het bloed en de gerechtigheid, de liefde en genade van Jezus. Maar het is slechts bij schemerlicht geweest, niet klaar en onderscheidend bemerkt. De ogen waren steeds in de donkerheid. Anderen van Gods volk zijn in de duisternis, zodat zij noch weten, noch gevoelen de weg om de toekomende toorn te ontvlieden of hoe God rechtvaardig kan zijn en nochtans hun ziel kan behouden. Maar tot allen is de belofte: hun ogen –en indien zij ogen hebben, kunnen zij niet blind zijn– zullen uit de donkerheid en uit de duisternis zien. Als de Heilige Geest de dierbare dingen van Christus nabij brengt en een geur van deze eeuwige waarheden in de ziel druipt, dan zien de ogen. En het hart smaakt de zoetheid der dingen, die voor het oog gesteld zijn. Hoe wonderlijk is dat zien, in het licht van de Geest, van de weg om de toekomende toorn te ontvlieden. Vergeving van schulden en rechtvaardigheid voor de zondaar! Wat een heerlijk gezicht, als de ogen der blinden in het eerst dat zij geopend zijn de weg des heils, door de tussenkomst van God de Zoon, ontdekken! Ja waarlijk, eerst is het „uit de donkerheid.” Zij zien beneveld, maar toch waarlijk, de heerlijke Persoon Christus Jezus, in Wie al de volmaaktheden van Jehovah samenstemmen.

J. C. Philpot, predikant te Oakham en Stamford

(”Vreugde in de God van Israël”)