Goede diagnose

Psalm 51:5

„Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.”

Nu, om deze geestelijke wacht waar te nemen, weet dat u de navolgende dingen moet betrachten. U moet nauw kennisnemen van al die zonden, waaraan u het meest onderworpen bent, en die naarstig navorsen. U moet goede kennis van uw vijand hebben, indien u met voordeel tegen hem zult waken. Alleenlijk, kent uw ongerechtigheid, zegt de Heere (Jeremia 3:13). David zei: „Ik ken mijn zonde” (Psalm 51:5).

U moet ook alle zondige oorzaken opzoeken, waardoor u weet hoe u tot die zonde, waarvan u vreest dat u daarin terugvalt, gekomen bent. Die uit zijn ziekbed opstaat, en er niet weer in wil vallen, die leert niet alleen zijn ziekte kennen, maar vraagt ook naar de spijs, drank of lucht die hem eerder tot genezing waren. Degene die bijvoorbeeld geneigd is tot gramschap, onreinheid of dronkenschap en die zich daartegen wil waken, moet ook leren de bijzondere wegen, waardoor die verdorvenheden meest op ons kunnen inwerken (Judas:23), te zien.

U moet ook niet alleen die ongeoorloofde en zondige aanleidingen tot die terugval leren kennen en vermijden, maar ook zelfs dingen die geoorloofd en middelmatig zijn. Indien u de ervaring maar geleerd heeft dat ze gewoon uw vlees, in het uitwerken van de zonde, op een bijzondere wijze gedienstig en behulpzaam zijn.

Wilhelmus Saldenus, predikant te Enkhuizen (”Een christen vallende en opstaande”, 1662)