Goed medicijn

Psalm 4:5

Zijt beroerd en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela.”

Wat u in geldelijk opzicht doet, verdraag het niet dat er twee dagen voorbijgaan voordat u de rekening met uw huisslaaf vereffent. Zodat er geen verwarring ontstaat doordat u het vergeet. Doe het zo ook iedere dag als het over de lopende dingen gaat. Eis in de avond rekenschap af van de ziel. Veroordeel de zondige gedachte, hang hem op als aan een hout of kruis, straf hem zwaar en druk hem op het hart niet meer dezelfde dingen te gaan doen. Bij voortreffelijke geneeskunst heeft u toch ook wel gezien, hoe zij van preventieve en verbetering gevende geneesmiddelen gebruik gemaakt heeft? Immers, voorschrijven hoe u niet in zonde valt, ligt toch op het gebied van een preventief medicijn? Dat is: „Wordt toornig en zondigt niet.’ En dit: „Spreekt in uw harten, pijnig uzelf daarover op uw legerstede.” Dat is toch kenmerkend voor een verbetering gevend medicijn? Na het zondigen dient hij immers opnieuw medicijnen toe en bewerkt –door die zelf toe te dienen– de genezing van hem die gezondigd heeft. Laten we dit medicijn gebruiken dat in het geheel geen risico in zich heeft. Maar als de ziel het niet volhoudt om zich haar zonden te herinneren en zich schaamt en er rood van wordt, zeg dan tegen haar: „Je wint er niets mee, als je jezelf niets herinnert, maar wel zul je grote schade oplopen.”

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië

(”Homiliën”, ca. 390)