Gods wijze wegen

Jesaja 49:14

„Doch Sion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten.”

Sion verwoordt hier nog duidelijker: „De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten”, als de profeet haar verlossing verkondigt en de opening van haar ogen. Dit kunt u lezen in de volgende verzen: „Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over de zoon haars buiks?” Nee, dan laat Hij haar zien: „Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd.” Hij vraagt haar hieraan te gedenken.

Zoals ik al eerder heb gezegd, de kerk van God en het volk dat Hij liefheeft met een onmetelijke en eeuwige liefde, kunnen zo radeloos zijn, dat zij menen dat de Heere met Zijn liefde helemaal van hen is geweken. Vaak beproeft Hij hun trouw en ijver voor Hem en Zijn Naam. Op andere ogenblikken bezoekt Hij hen met lijden vanwege hun afwijkingen en zorgeloze wandel. Maar zelden merk ik dat Hij hun hart niet de kracht geeft om op Hem te vertrouwen en te geloven dat hun verlossing van Hem moet komen. Dit beweegt hen tot een wandel, die een God Die zulke goede dingen voor hen heeft weggelegd, waardig is. Ik zou veel meer kunnen zeggen over de wijze waarop God met Zijn eigen volk handelt in dit leven. Ik zal hier echter niets meer over zeggen, tot wij spreken over de kinderen van God, hen die Hem zo lief zijn.

Thomas Watson predikant te Londen (”Uitleg van Psalm 137:3-6”, 1661)