Gezond verstand

Psalm 4:3

„Gij mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken?”

Als je voeten hebt die zwaar geworden zijn, of als er verkeerd vocht binnenstroomt, of een of andere ziekte – dan zal het voor de betrokkene geen enkel nut zijn als de rest van zijn lichaam licht is. En als dat al geldt voor het lichaam, hoeveel te meer geldt het dan voor het hart. Laten we dat niet zwaar maken, opdat het niet, zoals schepen vol modder, naar de bodem zinkt. Dat is bij ons toch precies zo? Want het hart is niet van nature zodanig, maar van nature is het licht en heft ons omhoog, maar wij maken het –tegen de natuur in– zwaar. Daarom verwijt ons de profeet die zwaarte terecht. Want als die zwaarte er van nature zou zijn, dan zou hij ons die niet verweten hebben. Zoals het voor ons natuurlijk is om te lopen, maar als wij onze knieën zouden verzwaren, zouden we een situatie krijgen die tegennatuurlijk is, omdat we dan belemmerd worden. Zo is het ook een goede zaak, om je op de voeten van het gezonde verstand –ik bedoel van de gezonde gedachten– voort te bewegen.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië (”Homiliën”, ca. 390)