Geloofsvoorbeelden

Hebreeën 13:7b

„Volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling.”

Jeremia 17:10 zegt duidelijk: Ik, de Heere, doorzoek de harten enzovoort. Deze eer van God moet niet overgebracht worden op de profeten of de apostelen of op Maria. In Jesaja 63:16 wordt duidelijk gezegd: Abraham kent ons niet. Over Maria, de profeten en de apostelen kunnen vrome, nuttige en heerlijke dingen gezegd worden. Aan God kan echter dank toegebracht worden, dat Hij Zich door deze mensen geopenbaard heeft, dat Hij door hen Zijn leer heeft overgeleverd.

Laat we ook letten op het onderricht dat deze afzonderlijke personen onderwezen hebben. Laat er gedankt worden dat God klaarblijkelijke getuigenissen eraan heeft toegevoegd door de daden van deze mannen, zoals door de wonderen van Mozes, Elia, Elisa.

Zo heeft Hij de Kerk herhaaldelijk door mensen hersteld. Hij heeft voorbeelden van barmhartigheid voor ogen gesteld door het aannemen van gevallenen, zoals David, Maria Magdalena en anderen.

Hij heeft voorbeelden voor ogen gesteld die aantonen dat onze gebeden verhoord worden in gevaren, en waarlijk bevrijdingen verkrijgen, zoals Hagar voor haar zoon te drinken verkrijgt. Jakob, David en Hizkia krijgen bescherming.

Laten wij door deze voorbeelden onszelf tot aanroepen opwekken, om hun berouw en geloof na te volgen. Laten wij ten slotte hen ook prijzen dat zij God, Die riep, gehoorzaamd hebben en zich beijverd hebben Gods gaven door hun zorgvuldigheid te behouden.

Philippus Melanchthon, theoloog te Wittenberg

(”Loci communes”, 1551)