Geestelijke vriendschap

Johannes 15:14

„Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebied.”

Van Zijn kant legt God alle toornig ongenoegen geheel af, door het bloed en de dood van Zijn Zoon verzoend. God is toch in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. God ontdekt Zich aan de uitverkoren zondaar en brengt hem krachtdadig over in Zijn gemeenschap. De vijandschap die van nature in het hart van de zondaar zit, wordt weggenomen. Een rechte dorst naar de gemeenschap met God wordt in de ziel verwekt. Ja, de liefde Gods wordt in haar uitgestort door de Geest. Zo komt er een eeuwige vrede en vriendschap tussen deze twee. En zo wordt degene die oneindig wijd van God vervreemd was, nabij en tot God gebracht. Hierdoor komt er een nauwe betrekking tussen God en de mens als van wederzijdse bondgenoten, als van vader en kinderen, als twee vrienden die samen wandelen. Zoals Abraham een vriend Gods genaamd werd, zo noemt ook Jezus Zijn discipelen vrienden. Als de zondaar dus in vereniging en gemeenschap met God is gekomen, en God en hij vrienden geworden zijn, zal het samen wandelen bestaan en insluiten: dat zij hetzelfde doelwit hebben en naar dezelfde plaats reizen. De ene moet geen andere weg in willen slaan dan de andere. Nu zijn er vele zaken die als bijzondere wegen voorkomen. Wegen die God houdt, strekken zich uit naar Gods heiligdom; wegen waar Hij Zijn volk in leidt!

Johannes Groenewegen, predikant te Werkendam

(”Verzameling van veertien preken”, 1766)