Gave Gods

1 Johannes 5:18a

„Wij weten dat een iegelijk die uit God geboren is, niet zondigt.”

Daar is een zonde tot de dood, ik zeg niet, dat iemand voor die bidden zal. Alle ongerechtigheid is zonde, maar dat is zonde die niet ter dood is. Wij weten dat eenieder die uit God geboren is, niet zondigt. De wedergeboren mens kan, ten aanzien van zijn zwakheid, geheel en al vervallen. En waarlijk inderdaad, hij zou ook zo vervallen en afvallen als hij niet door een machtiger en hoger kracht bewaard werd.

Deze leer brengt troost aan, en wekt in ons op een vlijtige betrachting van de godvruchtigheid. Want zij zijn goedsmoeds, daar zij weten dat zij van God tot de zaligheid bewaard worden. Daarnaast worden zij ook opgewekt tot dankbaarheid, zodat zij dagelijks deze weldaad Gods ernstig bedenken en overleggen.

Wij verwerpen dan de mening van hen die zeggen dat de volharding niet een gave Gods is. Wij verwerpen ook dat de volharding een voorwaarde voor de verkiezing is, van te voren vereist in degenen die verkoren zouden worden, en ook dat de wil van de mens de enige en de natuurlijke oorzaak der volharding is.

Sibrandus Lubbertus, hoogleraar in Franeker (”Toestemmend oordeel over de Dordtse Leerregels artikel V”, 1619)