Ernstige vraag

Lukas 12:57

„En waarom oordeelt gij ook van uzelf niet hetgeen recht is?”

Wij maakten u op enige tekenen van deze tijd opmerkzaam. Velen van u zullen misschien nog nooit daarop acht geslagen hebben, die vele dingen zullen zien gebeuren, doch zich om de toekomst van de Heere Christus weinig bekommeren. Zij bedenken niet dat die grote en vreselijke dag aanstaande is, eveneens niet bedenkend dat ook zij elk ogenblik die tegemoet gaan. Wanneer hun laatste uur slaan zal, is er voor hen, indien zij onbekeerd sterven, in eeuwigheid geen terugkeer meer vanuit de plaats van het eeuwig verderf. Ja, mogen ook wij niet tot velen zeggen: „Gij geveinsden, het aanschijn van de hemel weet gij te beproeven, en hoe beproeft gij deze tijd niet? En waarom oordeelt gij van uzelf niet hetgeen recht is?” Zijn er ook niet onder u, die behoren onder het getal van hen die wij opgenoemd hebben? Zijn er niet die geheel gelijk staan met de inwoners van de eerste wereld, toen de zondvloed kwam? Die onbekommerd en onbezorgd daar heen leven? Jongelingen, die zich verblijden in de dagen van hun jeugd, en wier harten zich vermaken in de dagen van hun jongelingschap, die wandelen in de wegen van hun hart en in de aanschouwing van hun ogen, maar niet bedenken dat God om al deze dingen hen zal doen komen in het gericht? (Prediker 11:9).

Ds. G. F. Gezelle Meerburg, predikant te Almkerk

(”Leerrede over Lukas 12:54-57”, 1838)