Eendracht

Psalm 122:3

„Jeruzalem is gebouwd, als een stad, die wel samengevoegd is.”

Laat de burgers van deze wereld –dezen in overvloed van koren, genen van wijn, anderen van olie– zich verblijden. Maar laten wij, die burgers van de hemel zijn, ons verheugen wanneer wij zien dat de muren van ons Jeruzalem vast zijn. En dat niet zonder oorzaak. Want ik zou nauwelijks met woorden kunnen uitdrukken met hoeveel grote goederen dat volk gekroond wordt, in wiens oren dagelijks de onvervalste stem van het Evangelie klinkt. Onder hen leeft de eendracht binnenshuis, de godzaligheid in de tempel, de gerechtigheid in het gericht.

Tot een meer dan geloofwaardig getuige noem ik onze koninklijke profeet, die Jeruzalem, destijds de ware zetel der kerk, met deze deugden versierd, roemde: „Jeruzalem is gebouwd, als een stad, die wel samengevoegd is.” Of zoals anderen lezen: „die tezamen verenigd is.” O, lieflijk goed! Dat een stad, provincie of koninkrijk tezamen verenigd, fijn samengevoegd is. Dit goed vloeit uit de beken van die gezegende vergadering, die de regel van het oprechte geloof onbevlekt bewaart. Zie toch de vergadering der apostelen. Zij blijven in de enigheid des geloofs, zij blijven ook in de enigheid van gemoed.

Abraham Scultetus, hoogleraar in Heidelberg (”Preek op de Synode van Dordrecht”, 1618)