Echte rijkdom

Psalm 4:8

„Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd als hun koren en most vermenigvuldigd zijn.”

God leidde het volk van de Joden door middel van een dergelijk bestuur van Zijn voorzienigheid. Want de rijkdom stroomde hun toe en hun leven werd tot de ouderdom gerekt en iedere ziekte was afwezig. Daar kwam voor hen die op God betrouwden de vernietiging van de vijanden nog bij en een bestendige vrede, overwinningen en triomfen, alsook een menigte kinderen, die voorspoedig opgroeiden – en al dat soort zegeningen.

Maar toen onze Heere Jezus Christus bij ons gekomen is op aarde –Hij, Die bezig is ons naar de hemel te roepen en ons ervan te overtuigen de dingen hier beneden gering te achten; Hij, Die ons liefde voor die andere dingen bijbracht en ons losscheurde van die dingen van alledag– toen raakten die eerste dingen natuurlijk op de achtergrond en werden ze heel relatief. Onze hele rijkdom zit immers juist in die andere dingen, aangezien wij volmaakt zijn geworden in Christus. Want ouders geven –met betrekking tot hun kinderen– aan de kleinsten nog sandalen, mooie mantels en gouden voorwerpen en armbanden. Maar aan de grote kinderen geven ze in plaats daarvan andere cadeaus, die belangrijker zijn, zoals de eer om op het spreekgestoelte te mogen spreken, aanzien en eer in de stad, de vrijmoedigheid om in de keizerlijke aula’s te verkeren, alsook heerschappijen en machten. Zodoende brengen ze hen af van alle kinderlijke hebberigheid.

Johannes Chrysostomus, priester in Antiochië (”Homiliën”, ca. 390)