Echt voordeel

Romeinen 8:33-34

„Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.”

Vrees niet, want de Heere zal de satan schelden en onder uw voeten verpletteren. Wie zal dan nu beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt? Het is Christus, Die gestorven is. Ja, wat meer is: Die ook opgewekt is, Die ook aan Gods rechterhand zit, en eeuwig leeft om voor ons te bidden. Dit is de hoogste top en het slot waardoor alle oorzaken van verdoemenis worden weggenomen: door Christus’ voorbidding bij de Vader.

Bovendien zendt de Heere Jezus Zijn Geest, Die ons leert bidden: „Abba, Vader.” Wanneer de Geest van Zijn Zoon in ons hart is uitgestort, door Wie wij roepen: „Abba, Vader” (Romeinen 8:15).

Moet u nog klagen over uw aardsgezinde hart, door dikwijls met David te zeggen: „Mijn ziel kleeft aan het stof”? Heb goede moed, uw Zaligmaker is naar de hemel gevaren om uw aardsgezind hart hemels te maken. Loop Hem daarom maar aan, Hij zal het bij trappen allengs doen, en hiernamaals volkomen in het huis van Zijn Vader, waar Hij is heengegaan om u een plaats te bereiden.

Er zijn twee bijzondere zaken die iemand tevreden moeten stellen wanneer hij moet scheiden van een vriend, wiens tegenwoordigheid en gezelschap hem lief is. En wel deze dingen: het voordeel dat die vriend daardoor geniet en de gemeenschap die hij daaraan heeft.

Jodocus van Lodenstein, predikant te Utrecht (”De heerlijkheid van een waar christelijk leven uitblinkende in een godzalige wandel”, 1767)