Echt kennen

Johannes 17:3

„En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.” Ik houd van deze tekst, omdat hij zo beslist alle werken uitsluit en ondergeschikt maakt, daar hij alleen vraagt naar het kennen. Want wat voor werk is kennen? Het is vasten noch waken, kastijden noch iets wat men met het lichaam doen of ondergaan kan, maar het ligt helemaal binnen in de diepste grond van het hart. Dus: kennen is niet een zaak van ons werken, maar het resultaat van wat Christus gedaan heeft en het gaat aan al onze werken vooraf. Want de werken komen na het kennen en volgen eruit. Werk is dat wat wij doen, kennis komt voort uit wat wij ontvangen en nemen. Zo is door het enkele woordje ”kennen” als door een geweldige donderslag neergeslagen alle leer die op mensenwerk, geestelijke orden en vrome praktijk gegrond is, als zou men daardoor van zijn zonden bevrijd kunnen worden, God verzoenen en genade verwerven.

Let erop en vergeet niet dat ik aangetoond heb hoe Christus het kennen van Hem en de Vader in elkaar vlecht, zo dat men door en in Christus de Vader kent. Want dat heb ik dikwijls gezegd en zeg ik nog altijd, dat men ook als ik dood ben, daaraan moet denken en zich moet hoeden voor leraars die door de duivel bezeten en verleid zijn, die beginnen met ’t allerhoogste te leren en prediken over God, alleen en afgescheiden van Christus.

Maarten Luther, hoogleraar in Wittenberg (”Het Hogepriesterlijk gebed”, 1530)