Dringende liefde

2 Korinthe 5:14, 15a

„Want de liefde van Christus dringt ons, als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.”

Paulus liep met lijdzaamheid de loopbaan die hem voorgesteld was, ziende op Jezus. Hij leefde door het zien op het kruis van Christus. Evenals de natuurlijke zon in de hemelen een sterke en onophoudelijke aantrekkingskracht uitoefent op de planeten, die zich om haar bewegen, zo oefende de Zon der gerechtigheid –die inderdaad Paulus met een klaarheid helderder dan de volle middag beschenen had– op zijn hart een voortdurende en almachtige geestkracht uit. Die kracht drong hem voortaan niet meer zichzelf, maar Hem te leven, die voor hem stierf en opstond. Merk op dat het geen tijdelijke of afwisselende geestkracht was die zijn hart en leven bestuurde, maar een blijvende en voortgezette aantrekking; want hij zegt niet dat de liefde van Christus hem eenmaal drong of dat zij hem nog eens dringt, of dat de liefde van Christus hem alleen in tijden van opwekking, onder het gebed of bij bijzondere aandacht drong, maar hij zegt eenvoudig dat de liefde van Christus hem dringt. Het is de eeuwig blijvende, bewegende kracht, die de drijfveer is van al zijn arbeid. Neem je deze weg, dan wordt Paulus even zwak als andere mensen.

Robert Murray M’Cheyne, predikant te Dundee (”Leerredenen”, 1862)