Doodsweg

Johannes 12:24a

„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft hetzelve alleen.”

De Zoon des mensen moest voor ons de doodsweg alleen betreden, of Hij zou zonder een eigen en verkregen volk naar de hemel zijn teruggekeerd. Om Zijn leven mee te delen, geestelijk doden als Hem verkregen door Zijn leven te doen leven, een Wijnstok met vruchtdragende ranken te worden, moest Hij eerst evenals het tarwegraan sterven. Want zonder dat geven van Zichzelf moest Hij alleen blijven, ontstond er geen levensband tussen Hem en de door de zonde van God losgescheurde mensheid. Reeds het profetisch woord getuigt van dit door de Middelaar van God en van de mensen te brengen offer. En wat wij in Gethsémané en op Golgotha aanschouwen, is een machtiger woord tot hart en geweten dan de sterkste beeldspraak. Welke mensenziel was ooit zo alleen als de Zoon des mensen in de Olijvenhof en op het hout van de vloek? Indien Hij niet zo gestorven was, zou Hij ons niet hebben verlost en zouden wij nog allen onder de vloek zijn. Maar op het hout van de vloek van Gods volk en tempel afgesneden, is Hij voor ons een vloek geworden.

C. H. Spurgeon, Londen

(”Landbouwpreken”, 1883)