Dierbaar

Jesaja 29:18

„En te dien dage zullen de doven horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.”

„Te dien dage”, de dag waarop de Heere spreekt, „zullen de doven horen de woorden van het Boek”, het Boek der goddelijke openbaringen, dat de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus tentoonspreidt. Het Boek waarin God Zijn liefde in de Persoon en het werk van de Middelaar heeft bekendgemaakt. Het Boek dat met beloften versierd en gevuld is, gelijk de hemel bij nacht met flikkerende sterren. Het Boek dat geschreven is tot vertroosting en stichting van Gods wedergeborenen. „Te dien dage”, de dag van kracht voor Gods volk, „zullen de doven horen de woorden van het Boek.” Wanneer zij de woorden van het Boek zó horen dat die verzegeld aan hun gewetens en aan hun hart toegepast worden, dan ontwaren zij daarin een nieuwe Bijbel, een nieuwe God, een nieuwe hemel en een nieuwe zaligheid. De woorden des Boeks horen, dat komt van de lippen van God met kracht in hun ziel, wordt ál hun begeren. Zij wensen geen welsprekendheid, noch wijsheid, noch lering te horen dan alleen de woorden van het Boek, met goddelijke kracht vergezeld. Als God slechts uit het Boek spreekt, het zal genoeg zijn, want „waar het woord des Konings is, daar is heerschappij.” Een belofte is aangenaam, als Hij die maar spreekt. Een bestraffing wordt gevoeld, als Hij die toepast. Elke waarheid is dierbaar, als Hij die bekendmaakt.

J. C. Philpot, predikant te Oakham en Stamford

(”Vreugde in de God van Israël”, 2007)