Diepe vernedering

Psalm 22:7

„Maar Ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen en veracht van het volk.”

Jezus is afgekomen naar beneden en van de minsten een geworden. Zoals gezegd wordt in Psalm 22, dat Hij niet als mens beschouwd is geweest, maar tot smaad van het volk is gemaakt, als ware Hij een worm. Jesaja zegt dat Hij misvormd was als een arme melaatse. Zó dat men er een afschrik van had Hem te zien, als ware Hij niet waardig dat de aarde Hem droeg. Wanneer wij dan al die dingen zien, moeten zij ons altijd tot te zekerder en steviger steun van ons geloof zijn. Dan mogen wij weten dat Jezus Zich aan ons aanbiedt en niet anders vraagt dan dat wij in Hem zoeken wat ons ontbreekt. En dat wij, daar gekomen, nooit zullen teleurgesteld worden. Leren wij verder ook ons te verootmoedigen als wij genieten willen van het goed dat ons door onze Heere Jezus is verworven. Want gelijk Hij Zich heeft moeten vernederen, ja vernietigen –want wij moeten dit woord van Paulus vasthouden– zo moeten ook wij ontbloot zijn van alle hoogmoed en verwaandheid om tot Hem te komen. Kortom, wij hebben er geen toegang dan in nederigheid. Ziedaar het middel om ingeënt te worden in het lichaam van onze Heere Jezus Christus, opdat Zijn leven ons toebehoort, opdat al de volheid der genade, die Hem gegeven is door God Zijn Vader, ons wordt meegedeeld.

Johannes Calvijn, reformator te Genève

(”Het gepredikte Woord”, 1978)