Diepe slaap

Jesaja 29:10

„Want de Heere heeft over ulieden uitgegoten een geest van diepe slaap, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten, en uw hoofden, en de zieners heeft Hij verblind.”

De uitwerking van deze algemene slaap die de Heere, naar Zijn eigen verklaring, in de weg van Zijn oordeel over hen had uitgegoten, was dat noch geleerden, noch ongeleerden de kracht van Gods waarheid kenden of verstonden. Daarom is voor u alle gezicht geworden als de woorden van een verzegeld boek, dat men geeft aan iemand die lezen kan, zeggende: „Lees toch dit.” En hij zegt: „Ik kan niet, want het is verzegeld.” Of men geeft het boek aan iemand die niet lezen kan, zeggende: „Lees toch dit.” En hij zegt: „Ik kan niet lezen.” Voor hen die konden lezen, was het boek verzegeld. Voor hen die niet konden lezen, was het onmogelijk. En zo was vervolgens de uitwerking van die algemene slaap: algemene onkunde.

Het volgende dat de Heilige Geest de uitwendige kerk verwijt, is algemeen geveinsdheid en huichelarij: „Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart ver van Mij doen, en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn.”

J. C. Philpot, predikant te Oakham en Stamford (”Vreugde in de God van Israël” 2007)