Daniël als voorbeeld

Psalm 4:2a

„Als ik roep verhoor mij, o God mijner gerechtigheid. In de benauwdheid hebt Gij ruimte voor mij gemaakt.”

In de verrukking hebt U voor mij ruimte gemaakt. De Psalmdichter zei niet: „Hebt U mijn verdrukking afgewend”, of: „Hebt U mijn beproevingen opgeheven”, maar: „U hebt mij toegestaan om te blijven staan en U hebt ruimte voor mij gemaakt.” Het bijzondere en goed uitgevoerde beleid van God wordt bij uitstek hierin bewezen, dat Hij niet alleen verdrukkingen gegeven heeft, maar ook veel verademing schenkt, als die verdrukkingen blijven voortduren. Het bewijst ook de kracht van God en maakt degenen die in verdrukkingen terecht komen, begeriger naar wijsheid, telkens als er ruimte ontstaat die het verdrukte hart vertroost wanneer de verdrukking niet opgeheven wordt. De verdrukking brengt het hart dat zorgeloos is wel in het nauw, maar bevrijdt het tegelijk van al haar zorgeloosheid. „Maar hoe kan er nu”, zegt iemand, „in verdrukking ruimte ontstaan?” Denk aan de oven van de drie jongelingen en aan de leeuwenkuil. Want God doofde de vlam niet uit maar maakte toen dat zij ruimte kregen. Ook doodde Hij de leeuwen niet en stelde Daniel op dat moment niet in vrijheid. Maar terwijl de oven enorm werd opgestookt en de wilde dieren in de kuil bleven, genoten de rechtvaardigen veel verlichting. Het is ook mogelijk over ruimte te spreken wanneer de ziel die verdrukt wordt door de beproevingen, afstand doet van de hartstochten en de talrijke ondeugden.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië

(”Homiliën”, circa 390)