Christus roept nog

Johannes 17:24a

„Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt.”

Beschouwt hierop de oneindige neerdaling en liefde van Christus in Zijn uitnodigingen en het roepen van u om tot Hem te komen om leven, verlossing, barmhartigheid, genade, vrede en eeuwige zaligheid. Een menigte van zulke uitnodigingen en roepingen wordt in de Schriften vermeld, en zij gaan allen gepaard met die gezegende vertroostingen, die de goddelijke wijsheid het best weet geschikt te zijn voor verloren, overtuigde zondaren in hun huidige staat en toestand. Het zou een gezegende beschouwing zijn, stil te staan om te bezien de oneindige neerdaling, genade en liefde van Christus in Zijn uitnodigen van zondaren tot Hem te komen om zalig te worden van dat samengaan van wijsheid en overredende genade die daarin is. an die kracht en krachtdadigheid in de pleitredenen en argumenten die er veelal mee gepaard gaan, zoals zij in de Schriften vermeld worden.

Maar dat behoort niet tot mijn huidig oogmerk. Ik zal dit alleen zeggen: dat in de bekendmaking en verkondiging ervan Jezus Christus nog zondaren staat te roepen, uit te nodigen en te bemoedigen om tot Hem te komen. Dit is iets van het woord dat Hij nu tot u spreekt: „Waarom wilt gij sterven? Waarom wilt gij verloren gaan? Waarom wilt gij geen medelijden hebben met uw eigen zielen? Kan uw hart het verduren, kunnen uw handen sterk zijn in de dag van toorn die nadert?”

John Owen, predikant te Fordham

(”Verhandeling n.a.v. Johannes 17:24”, 1684)