Blijvende vreugde

1 Samuel 2:1

„Toen bad Hanna en zei: Mijn hart springt op in de Heere, en mijn hoorn is verhoogd in de Heere; mijn mond is wijd opengedaan over mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil.”

De Schrift gebruikt het woord ”hoorn” dikwijls voor kracht en sterkte. Hanna zegt dus dat haar hoorn verhoogd is, zoals elders gezegd wordt dat God de hoorn van Zijn koning verhoogd heeft, waar het gaat over de kracht en de macht. Daarom betuigt Hanna openlijk dat zij door God versterkt is – alsof zij zegt dat haar zo’n grote weldaad van God pas kwam nadat zij deze geduldig verwachtte. Het Woord is het waard dat wij er nauwlettend acht op geven. Wij zien vaak dat ellendige stervelingen meestal op hun eigen deugd en kracht roemen. Maar we moeten de vaste en blijvende vreugde zoeken die door geen enkele storm verstoord wordt. Velen verblijden zich helaas met nietigheden. Zo zien wij de rijken zich verblijden met hun schatten en dronken mensen met hun buik. Wat is het een beklagenswaardige vreugde, die zonder de Heere gezocht wordt. Die zal niet lang stand houden. Hetzelfde geldt voor hen die zich in hun eigen krachten verheugen. Want door het rechtvaardig oordeel van God zullen zij in rouw gelaten worden, zoals onze Heere Jezus Christus ons waarschuwt. Het is zelfs een groot getuigenis van aanmatiging als wij in onszelf of onze bedrijvigheid stof tot vreugde zoeken, die ten slotte rechtvaardige verwarring voortbrengt.

Johannes Calvijn, predikant te Genève (”Preken over 1 Samuël”)