Biddag: Alles van God

Markus 14:8

„Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon.”

Zij die Jezus’ goddelijke liefdeshandel hebben ondervonden getuigen het: hoe méér wij Hem zalven, hoe meer wij van Hem gezalfd worden. Verwondert u dan over de grote zondaarsliefde van uw Heiland, de rijke en algenoegzame God, dat Hij Zich van een mensenkind wiens grondslag in het stof is, laat zalven. Hij neemt uw gebrekkige offers zo liefderijk aan, dat Hij ook van u zegt: „Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon.” Doe dan ook wat u door Zijn genade doen kunt. Heeft Jezus niet Zijn bloed voor u vergoten en uw hart met Zijn liefde vervuld? Is het niet alles vrije genade en ontferming, wat de Heere in en aan u doet? Erkent Hem dan ook daarvoor: Offert dan ook uzelf met alles wat u hebt, aan Hem op. Kunt u of hebt u niets om Hem te offeren dan een ledig hart? Zeg dan met David (1 Kronieken 29:14): „Wie ben ik, Heere, en wat is mijn volk, dat wij de macht zouden gekregen hebben om vrijwillig te geven, als dit is? Want het is alles van U en wij geven het U als door Uw hand.” Leeft u zo gedurig afhankelijk bij en van Jezus? Dat u dan ontvanger en Hij de Gever blijft. Dat u uw ledige harten gedurig voor Hem openlegt, opdat Hij die vervult met Zijn genade. Opdat u Hem mag terugbrengen wat Hij u gegeven heeft.

David Bruinings, predikant te Amsterdam

(”Leerredenen”, 1751)