Anders geloven

Psalm 117:2

„Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des Heeren is in der eeuwigheid. Halleluja.”

Zoals het gaat met de genade, gaat het ook met de trouw of de waarheid van God. Uiterlijk zou men zeggen dat de genade enkel gramschap is, zo diep ligt ze verborgen, bedekt als het ware met twee dikke pantsers of huiden. In de eerste plaats immers verdoemt en schuwt onze tegenpartij, de wereld, haar als een plaag en als de toorn van God. In de tweede plaats voelen ook wijzelf in ons niets anders, zodat Petrus met recht kan zeggen: „Maar het Woord licht in ons als in een duistere plaats” (2 Petrus 1:19).

Zo moeten Gods trouw en waarheid eigenlijk altijd eerst tot een grote leugen worden vóór hun waarheid wordt bewezen. Want voor de wereld is Gods trouw een grote ketterij. Denken ook wijzelf niet altijd weer dat God ons in de steek zal laten en Zijn Woord niet zal houden, zodat we in ons hart beginnen te geloven dat Hij een leugenaar is? Per slot van rekening: God kan niet God zijn zonder eerst een duivel te worden... Wij kunnen niet Gods kinderen worden zonder eerst kinderen van de duivel te zijn geweest. Van alles immers wat God zegt en doet, beweert men dat de duivel het moet hebben gezegd en gedaan. Zo redeneert ook ons eigen vlees; maar de Geest in het Woord licht ons juist en nader in en leert ons anders geloven.

Maarten Luther, hoogleraar in Wittenberg (”Uitleg Psalm 117”, 1518)