Alleen van God

Johannes 6:40

„En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.”

„En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken” (Johannes 10:28). Deze gave is niet deels van God, deels van de mens, maar komt alleen van God. In de kracht van God worden wij bewaard, door het geloof ter zaligheid (1 Petrus 1:5). God werkt in u, beide wat gij wilt en wat gij volbrengt, om Zijn welbehagen (Filippenzen 2:13). Dat de mens tot God komt, heeft God gewild. Dat hij nergens anders toebehoren zou, dan tot Zijn genade. Dat de mens niet van God afwijkt.

God geeft alleen aan uitverkorenen volharding. Die Hij van tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook van tevoren beschikt dat ze gelijkvormig zouden worden aan het beeld van Zijn Zoon. Die Hij van tevoren beschikt heeft, die heeft Hij ook geroepen. Die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd. Die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt (Romeinen 8:29).

Daarom, terwijl Hij een besluit maakt van het eerste tot het laatste: degenen die Hij van tevoren beschikt heeft tot de gelijkvormigheid aan Zijn Zoon, die heeft Hij ook verheerlijkt.

Sibrandus Lubbertus, hoogleraar in Franeker (”Toestemmend oordeel over de Dordtse Leerregels artikel V”, 1619)